Resultaten onderzoek naar schadelijke stoffen bij wasstraten

27 mei 2026

In 2025 is onderzoek gedaan naar het gebruik van mogelijk schadelijke stoffen bij dertien wasstraten. Dit gebeurde binnen het brancheproject Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Het doel was om te kijken of er in wasmiddelen en poets- en polishproducten stoffen zitten die slecht zijn voor het milieu, en om het gebruik daarvan te verminderen.

De bedrijven werkten goed mee. Zij gaven hun veiligheidsinformatiebladen, waarin staat welke stoffen in de producten zitten. Op basis daarvan is gekeken hoe schadelijk de producten zijn voor water.

 

Uit het onderzoek blijkt dat sommige producten een hoge milieubelasting hebben. Deze producten kregen een zogenaamde Z-score. Dat betekent dat ze vergelijkbaar schadelijk zijn als Zeer Zorgwekkende Stoffen. Vaak komt dit door toegevoegde geurstoffen. Ook zijn er producten gevonden met een A-score. Deze zijn ook niet goed voor het oppervlaktewater, maar minder schadelijk dan producten met een Z-score.

 

Het gebruik van deze stoffen leidt niet automatisch tot een verbod. Dat komt doordat de stoffen in de praktijk sterk worden verdund voordat ze bij de waterzuivering komen.

 

Verbeteringen

Het onderzoek heeft al tot verbeteringen geleid. Verschillende bedrijven zijn, samen met hun leveranciers, overgestapt op minder schadelijke producten. Op één locatie is bijvoorbeeld een schadelijke geurstof (Galaxolide) vervangen door een geurloos alternatief. Bij een andere locatie werkt de leverancier aan nieuwe producten zonder schadelijke stoffen.

 

Dit laat zien dat samenwerking tussen bedrijven en leveranciers goed werkt om de impact op het milieu te verminderen, zonder dat er meteen handhaving nodig is.

 

De belangrijkste conclusie is:

  • Stoffen met een Z-score moeten zo veel mogelijk worden verminderd.
  • Voor stoffen met een A-score is het advies om ze te vervangen als dat kan.
  • Handhaving volgt alleen als bedrijven echt Z-stoffen gebruiken.

 

De manier van werken uit dit project wordt voortaan vaker gebruikt. Dat betekent dat we bij toezicht vaker veiligheidsinformatie opvragen, bedrijven informeren en samen zoeken naar betere alternatieven. Zo kunnen we risico’s eerder signaleren en de uitstoot van schadelijke stoffen verder beperken, ook in andere sectoren.